naar hoofdtekst gaan

Beperkingen

Als u een ander apparaat verbindt terwijl een apparaat (zoals een smartphone) al met de printer verbonden is, sluit het apparaat dan met dezelfde verbindingsmethode aan als waarmee u het verbonden apparaat hebt verbonden.
Als u een andere verbindingsmethode gebruikt, wordt de verbinding met het in gebruik zijnde apparaat uitgeschakeld.

U kunt printers niet met een bekabeld netwerk verbinden als de printers geen bekabelde verbindingen ondersteunen.

Verbinden via draadloze router

  • U kunt een printer niet tegelijk met een draadloze en een bedrade verbinding instellen.
  • Controleer of uw apparaat en de draadloze router zijn verbonden. Raadpleeg de handleiding bij de draadloze router of neem contact op met de fabrikant voor meer informatie over het controleren van deze instellingen.
    Als een apparaat al met de printer was verbonden zonder gebruik te maken van een draadloze router, verbindt u de printer opnieuw via een draadloze router.
  • Configuratie, routerfuncties, instellingsprocedures en beveiligingsinstellingen van netwerkapparaten hangen af van het besturingssysteem. Voor meer informatie raadpleegt u de handleiding van uw netwerkapparaat of neemt u contact op met de fabrikant ervan.
  • Controleer of uw apparaat IEEE802.11n (2,4 GHz), IEEE802.11g of IEEE802.11b ondersteunt.
  • Als het apparaat is ingesteld op de modus 'Alleen IEEE802.11n', kan WEP of TKIP niet gebruikt worden als beveiligingsprotocol. Wijzig het beveiligingsprotocol voor het apparaat in een ander protocol dan WEP en TKIP of selecteer een andere instelling dan 'Alleen IEEE802.11n'.
    De verbinding tussen uw apparaat en de draadloze router wordt tijdelijk uitgeschakeld wanneer de instelling wordt gewijzigd. Ga pas verder naar het volgende scherm van deze handleiding wanneer de instelling is voltooid.
  • Als u het apparaat op kantoor gebruikt, vraagt u de netwerkbeheerder om deze informatie.
  • Als u verbinding maakt met een netwerk zonder beveiliging, zouden uw persoonlijke gegevens zichtbaar kunnen zijn voor derden.

Directe verbinding (toegangspuntmodus)

Belangrijk

  • Als een apparaat via een draadloze router met internet is verbonden en u dit vervolgens met een printer verbindt in de directe verbindingsmodus, wordt de bestaande verbinding tussen het apparaat en de draadloze router uitgeschakeld. In dat geval is het mogelijk dat de verbinding van het apparaat automatisch overschakelt naar een mobiele gegevensverbinding. Dit is afhankelijk van uw apparaat. Als u via een mobiele gegevensverbinding een verbinding met internet maakt, kunnen er afhankelijk van uw contract kosten in rekening worden gebracht.

    • Als u een apparaat en de printer verbindt via een directe verbinding, worden de verbindingsgegevens in de Wi-Fi-instellingen opgeslagen. Het is mogelijk dat het apparaat automatisch met de printer wordt verbonden, zelfs nadat de verbinding is verbroken of als het met een andere draadloze router wordt verbonden.
    • U kunt niet tegelijkertijd verbinding maken met een draadloze router en met een printer in de directe verbindingsmodus. Als u een draadloze router hebt, wordt het aanbevolen de draadloze router te gebruiken om een verbinding met de printer tot stand te brengen.
    • Om automatische verbinding met de printer in de directe verbindingsmodus te voorkomen, wijzigt u de verbindingsmodus nadat u de printer hebt gebruikt of configureert u de Wi-Fi-instellingen van het apparaat zodanig dat het apparaat niet automatisch verbinding met de printer maakt.
      Raadpleeg de handleiding bij de draadloze router of neem contact op met de fabrikant voor meer informatie over het controleren of wijzigen van de instellingen van de draadloze router.
  • Als u een apparaat en de printer via een directe verbinding verbindt, is de internetverbinding mogelijk niet meer beschikbaar, afhankelijk van de omgeving. In dat geval kunnen webservices voor de printer niet worden gebruikt.
  • In de directe verbindingsmodus kunt u maximaal vijf apparaten tegelijkertijd verbinden. Als u een zesde apparaat probeert te verbinden terwijl er al vijf apparaten verbonden zijn, wordt er een foutbericht weergegeven.
    Als een foutbericht wordt weergegeven, koppelt u een apparaat los dat de printer niet gebruikt en configureert u vervolgens de instellingen opnieuw.
  • Apparaten die via een directe verbinding met de printer zijn verbonden, kunnen niet met elkaar communiceren.
  • De firmware van de printer kan niet worden bijgewerkt bij gebruik van een directe verbinding.
  • Als een apparaat met de printer is verbonden zonder dat een draadloze router wordt gebruikt en u het apparaat opnieuw met dezelfde verbindingsmethode wilt installeren, dan moet u de verbinding met het apparaat eerst verbreken. Schakel de verbinding tussen het apparaat en de printer in het Wi-Fi-instellingenscherm uit.

Verbinden met een bekabeld netwerk

  • U kunt een printer niet tegelijk met een draadloze en een bedrade verbinding instellen.
  • Als u een router gebruikt, moet u de printer en een apparaat verbinden met de LAN-zijde (zelfde netwerksegment).